Kea Hogendoorn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Jan Hogendoorn vertelt over de ziekte en de genezing van zijn vrouw Kea

Lieve mensen,

Aangezien Kea zich van haar ziekte en van haar ziekenhuisopname weinig of niets kan herinneren, is dit getuigenis ook voor haar opgeschreven.

Maandag 1 augustus 2016, ’s morgens om kwart over 6, hoorde ik gestommel. Daar stond je, Kea, je kon niet meer voor- of achteruit. Ik heb toen snel 112 gebeld en die stuurde een huisarts en een broeder en die hebben toen besloten om toch maar een ambulance te bellen en je naar het ziekenhuis te brengen. Nou, dat ging niet zo maar. Je bent met mijn bureaustoel naar buiten gerold en toen op een brancard gelegd.

Dat je aangekomen ben in het ziekenhuis dat merkte je niet eens, zo ziek was je. Ze hebben toen allerlei onderzoeken gedaan en je een ruggenprik gegevens en diverse scans gemaakt. Ook dingen op kweek gezet, die opgestuurd werden naar de Erasmus-universiteit en daar ook weer op kweek werden gezet. Ook waren John, Patries en haar man Rob met hun kinderen er ’s morgens bij. Je had koorts. De doktoren konden de oorzaak niet vinden. Ze dachten aan hersenvliesontsteking, later aan hersenontsteking en ze gaven je koorts- en pijnbestrijding om je aan de monitor in de gaten te houden.

’s Avonds kwam broeder John Molensky en die heeft je met olie gezalfd. Jaap en Anneke Engberts, ons voorgangersechtpaar, waren op vakantie. Ruud Molensky had een gebedsketen georganiseerd om voor je te bidden en je begon iets op te knappen. De hele kerk was in rep en roer en ik kreeg veel steun van de kerk. Maar je wilde niet eten en Charlotte, onze kleindochter, kwamom 5 uur om je te voeden, maar dat ging moeilijk. Je had jezelf ernstig verwaarloosd, want je had daarvóór 3 weken lang een longontsteking gehad en ook blaasonstekking en dat hadden ze behandeld met antibiotica en pretnisol. Ook dát had je in je lichaam. Daarom hebben ze je lichaam ontgift. Gelukkig ging de koorts zakken en kwam je langzaam bij. Maar dat ging langzaam en het ging iets beter, maar de artsen waren nog niet zo enthousiast. We bleven bidden en de gemeente ook en we vertrouwden dat het goedkwam.

8 Augustus kreeg je een groteterugval; je werd van neurologie weggehaald, weer naar intensive care. De artsen, 4 stuks, werden’s nachts opgeroepen en zijn de hele nacht met je bezig geweest. ’s Morgens werd een CT-scan gemaakt, maar daar kwam niets uit. ’s Middags kreeg je weer een scan, en daartoe werd je een slaapmiddel toegediend, omdat je stil moest blijven liggen. Toen ben je in slaap gevallen. Maar ze dachten dat je in coma was geraakt. Er is toen sondevoeding ingezet en dokter Graafland kwam en die zei: hersenvliesontstekking. Jaap en Anneke kwamen ’s avonds en baden ook met mij erbij en hebben een lied gezongen: ‘Dank U voor het kruis’, maar we kregen geen kontakt met je.

Yvon was op 10 augustus ’s avonds met Charlotte geweest en die had ook met je gebeden en die stond in het geloof en zei: Er gaat een wonder gebeuren. De doktoren zeiden: “Dat kan niet.” Maar Yvon bad en je gaf een reactie! Toen zei ze: “Knijp in mijn hand als je dit hoort.” En dat deed je!

De andere dag, 11 augustus, waren wij er weer om 11 uur en nog steeds weinig reactie. Dokter Graafland dacht weer aan hersenvliesontsteking. ’s Middags belde Jaap: Kunnen wij naar het ziekenhuis komen? Ik zei dat het goed was en ik ben weer teruggegaan naar het ziekenhuis. Jaap en Anneke arriveerden ook en we hebben gebeden en een lied gezongen: ‘Dank U voor het kruis’, jouw favoriet. Je kreeg antibiotika toegediend om de hersenvliesontsteking tegen te gaan en je lag nog steeds aan de beademing. Voor mij een rotgezicht; dat riep bij mij herinneringen op, omdat ik ook zo gelegen had. Maar jij had een luchtpijp in je mond en sondevoeding en diverse slangen voor infuus. Je had wel 8 slangen!

13 Augustus.’s Morgens ben ik geweest en ook ’s avonds.We zeiden tegen je: Doe je ogen eens open. En daar begon je op te reageren! Je had die pijp in je mond en daar begon je last van te krijgen, omdat je onrustig werd en ook van die sondevoeding. Maar je begon ook op geluiden te reageren! Een pak van ons hart! Je kwam bij en later werd de luchtpijp er uitgehaald en werd je overgeplaatst naar acute neurologie. En heel fijn: de gemeente bleef bidden en we ervaarden veel steun van de gemeente en ook van Jaap en Anneke, zij kwamen wel 3 of 4 keer per week! Ook de kinderen John en Mina, waar ik doorde weeks at. En in het weekend at ik bij Patries en Rob en Charlotte kwam elkeavond een half uur of een uur bij me.

17 augustus. ’s Morgens weer naar jou toe en toen begon je zinnen te zeggen! Super! Je begon echt op te knappen. De verpleging zei: “We gaan kijken of ze haar gebit in kan krijgen, want dan kan ze gaan eten.” En een wonder: het lukte in één keer! En Charlotte kwam en die had de primeur: ze ging jou voeden, kleine stukjes brood, want je mocht je niet verslikken. Patries kwam ’s middags en je kwam even uit bed en Patries hielp je even en je zat in de stoel! En dat ging prima. John kwam ’s avonds en die was er elke avond en daarna kwamen Jaap en Anneke en we hebben gebeden en een lied gezongen.

Je bent toen vanaf acute neurologie naar neurologie overgeplaatst en je ging beter vooruit. Je kreeg fysio en daar leerde je opnieuw lopen. Het ging heel langzaam, maar dat geeft niet. ’s Nachts had je alleen moeite met slapen. Om 5 uur zat je alweer in de stoel, want je had last met slapen, omdat je pijn had. Maar het eten ging goed, want ’s morgens een beker melk en een sneetje krentebrood ging er ook wel in!

24 augustus. ’s Morgens om 9 uur moesten we komen voor de transver-dienst en er werd besloten dat je in het ziekenhuis kon revalideren. Je zou dan naar C6 gaan en tot die tijd werd je over geplaatst naar D4, daar heb je een week gezeten.

Op woensdag 31 aug: 26 jaar getrouwd! En dat vierden we maar op de afdeling. De kinderen kwamen met bloemen, zelfs Jaap en Anneke kwamen ook nog even met een plantje en het was een bijzondere dag! Je had de gezelligste kamer ondertussen, want aan bloemen geen gebrek. Je kreeg te horen dat je dinsdag 6 september over kon naar revalidatie. Nou, dat duurde even teminste. De tijd ging langzaam, maar toen de grote dag aangebroken was kon je om 10 uur terecht en je had de spullen zelf al in tassen gedaan. En daar kreeg je een hele mooie kamer met buitenuitzicht. Al het eten werd gezamenlijk aan een grote tafel gedaan, ’s middags warm. Het was een zelfstandige afdeling van Beweging 3.0 en daar mocht je ’s middags met de rolstoel naar buiten en dat deden we ook. Jaap ging een keer op vrijdagmorgen met je naar buiten en dat viel hem tegen, want hij kwam vast te zittenmet de rolstoel. Maar met een beetje hulp van omstanders is het toch goedgekomen.

Op woensdag 7 september ging je moeilijker adem halen, ook met de fysio. Vrijdag ging het niet meer en zakte je saturatie. ’s Avonds met John naar spoedeisende hulp en ging het weer mis. Wat ze vermoedden was waar: longembolie in erge vorm. Toen kreeg je bloedverdunners en een zuurstofmasker en zat je weer vast aan de muur of  aan een fles en werd je overgeplaatst naar neurologie en daar benje 3 dagen gebleven. De kamer opC6 werd voor je vrijgehouden. Ook daar kwam je uit met de hulp van de Heer, want die is er continu bij geweest en dat hebben we ook zo ervaren. Je had nog zuurstof uit de muur en ’s zondags kon je over, zeiden ze. Maar dat ging niet. Je moest wachten tot maandag. Toen ging je van de muur af met de zuurstof en dat werden flessen en je ging de fysio weer oppakken. Dat ging eerst met een hangrolator en later werd dat een rolator.

14 september heb je je verjaardag gevierd in het zieken huis! De maaltijd kreeg je cadeau van de verpleging. Het ging goed met revalideren en zo, met al de gebeden en zalvingen van de kerk en met de mensen die ons aan het hart liggen, kwamen we er samen met de Heer doorheen. Al met al heeft dit 2 maanden geduurd, waarbij je toch 2 keer kritiek hebt gelegen. Door onze gebeden en zalvingen van Jaap en Anneke en John Molensky, die er de eerste 2 avonden bij was en ook de eersteweek ’s avonds op bezoek kwam, hebbenwe ook veel steun mogen ervaren. Vrijdag 30 september mocht je naar huis, waar we de boel hebben versierd met Charlotte.

Dit is Kea haar getuigenis, waar ze zich weinig van kan herinneren, maar het is wel gebeurd! En zo zie je: wonderen bestaan nog steeds, ook in deze tijd. En dit is haar getuigenis tot lof van de Heer, en na alle gebeden van de gemeenteleden en anderen die gebeden hebben is er een lied: ‘Er is een God die hoort. Dit is mijn getuigenis.

Jan en Kea Hogendoorn

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.