Mijn genezing na gebed

Kea Hogendoorn

Op een zondag na de dienst vroeg ik onze voorganger Jaap Engberts of ik gezalfd kon worden.
En dat is ook gebeurd. Ik had zo’n vreselijk pijn aan mijn heup, dat ik ’s nachts niet kon slapen.
Na de zalving stond ik ’s morgens op en was ik volledig door Jezus genezen!

Bij deze wilde ik dit laten weten en ik hoop dat er anderen zijn voor wie dit een opsteker mag zijn en je zo toch je vertouwen op Hem mag stellen. Gods zegen.
Kea Hogendoorn

– – – – – – – – – —

Van het grote wonder dat de Here God voor ons deed.

Dit is mijn getuigenis en hiermee wil ik de Here God loven, prijzen en danken voor wat Hij heeft gedaan voor mij en nog steeds doet.
Hij verdient de hoogste eer.

Op 29 april 2008 kwam ik thuis van mijn werk. Net toen ik wilde gaan zitten voelde ik, dat er in mijn buik iets knapte. Ik zei tegen Sjon (onze zoon) die er toevallig was:”Dit zit fout, bel 112!” Sjon vroeg: “Of de dokter?” “Nee zei ik, bel 112, want dit is ernstig!”
De ambulancebroeders kwamen, maar zij konden geen diagnose stellen. Ik kreeg pijnstillers toegediend, waarna zij mij naar het ziekenhuis De Lichtenberg brachten. Onderweg verging ik van de pijn, waardoor zij onderweg steeds even stopten.
In het ziekenhuis is Jaap Engberts (onze voorganger) telefonisch benaderd om de gebedslijn in te schakelen. De artsen dachten dat het probleem van de longen afkomstig was. Nadat ze 3 uur met mij bezig zijn geweest, wisten ze nog steeds niet wat er aan de hand was. Mijn toestand verslechterde heel snel. Later kreeg ik braakneigingen en was Yvonne (onze dochter) ervan overtuigd dat ik een maagbloeding had. Direct riep zij de artsen en werd een operatie voorbereid. De kinderen waren erg geschrokken en zijn naar de Eerste hulp gekomen. Voor de operatie ben ik door de familie in gebed opgedragen. De voorbereiding werd getroffen op de afdeling I.C.

Ik heb 3 uur in mijn eigen maagzuur gelegen, maar daar weet ik niets meer van. Na de operatie vertelde de arts aan de familie: “De operatie is geslaagd, maar hij overleeft dit niet. Hij zal aan de complicaties overlijden.”
De dagen daarna voerde ik – onder slaaptoestand – een geestelijke strijd. Ik ben in het diepe dal van duisternis geweest en heb heel angstige momenten beleefd. Ik was erg onrustig. Ik was me zo bewust dat ik de Heer kon aan roepen. Yvonne zorgde voor geestelijke voeding d.m.v. geestelijke CD-tjes. Het verpleegkundig personeel heeft de CD-tjes op haar verzoek aan mij ten gehore gebracht op momenten dat ik moest bij komen voor de dagelijkse verzorging. Ze draaiden de CD-tjes zacht, u weet wel hoe dat gaat. Het heeft mij ten tijde van het diepe dal enorm versterkt.

Ondertussen werd het 6 mei en vierde ik mijn verjaardag. Het was een wonder dat ik nog leefde. Op alle afdelingen waar ik had gelegen werd getrakteerd op cake. Mijn vrouw Kea en de familie waren de Here God erg dankbaar voor het verhoorde gebed. Ik had een I.C.-syndroom door de medicijnen die mij al die tijd in slaaptoestand hadden gehouden. Wat ik er naderhand over hoorde was, dat ik genoot van alle aandacht, maar daar kan ik mij ook niets van herinneren.

Op een dag werd ik twee keer naar een andere afdeling overgeplaatst. Ik was door het I.C.-syndroom zo in de war, dat ik dacht dat ik in een ander ziekenhuis lag. Ik had veel last van waanbeelden. Zo waren mijn gedachten steeds met internet verbonden. Bij het zien van televisieschermen waande ik mij voor de computer en kon ik alle informatie opvragen door middel van mijn wijsvinger. In mijn gedachten kon ik met mijn vinger scrollen, omhoog en omlaag. Zo zag ik o.a. de hele schepping van het begin tot het einde. Hoe de aarde is ontstaan, scheiding tussen licht en duisternis, dieren en de mensen. Toen Yvonne hier achter kwam wist zij: dit gaat niet goed. Zij heeft de toestellen die ik kon zien afgedekt met lakens.

Mijn hele leven heb ik moeite gehad met mijn handicap (scoliose). Ook op deze afdeling werd ik er sterk mee geconfronteerd. Omdat ik nog steeds zo in war was, maakte de verpleegkundigen ervan dat ik een film had gemaakt en daarmee bedoelde zij de film van De Notredame.U begr ijpt vast wel hoe dat voelt! In alle omstandigheden is de Heer met mij geweest. Ik wilde maar één ding en dat was weg van deze afdeling! Ook de fysiotherapeut zat mij achterop, hij deed heel vervelend. Hij eiste teveel van mij.

19 mei mocht ik naar huis en ben toen vijf dagen thuis geweest. Daar kan ik kan mij weinig van herinneren, alleen dat er een bed in de kamer stond en er waren zuurstofflessen aanwezig. Ook weet ik nog dat er een machine stond waarmee ik moest ademen, dat was een grote kast met een slang eraan. Er kwamen ook verpleegsters langs, maar ook daar kan ik me weinig van herinneren. De foto’s  die zijn gemaakt hielpen mij om alles weer op een rij te krijgen.

Op 24 mei werden de kinderen om 23.30 uur ‘s  avonds bij elkaar geroepen. De verwachting was, dat ik er niet door heen zou komen. Om 24.10 uur werd de ambulance gebeld en werd ik weer doodziek opgenomen. En weer maakte ik merkwaardige dingen mee, ik bedoel te zeggen – ik stond op het punt om te sterven. Op een nacht zag ik het beeld voor me van een foto, waarop Yvonne in de graftuin bij het graf van Jezus stond en ik zag het opschrift: “Hij is opgestaan.” Het staat nog op mijn netvlies. Daarna werd ik meegevoerd naar het water, waar Jezus is gedoopt. Toen hoorde ik een stem: “Dit is mijn enig geboren zoon.” En Hij heeft toen gezegd: “Ik heb jou genezen!” Aan die woorden houd ik vast. Ik zag een duif op mij afkomen en ik werd meegevoerd naar een kamer waar allemaal mensen zaten. Ik zag een man die brood brak en ook zag ik wijn. Dit kon niet anders dan Het avondmaal zijn. Dit maakte ik mee in de geest.
Tegelijkertijd had de Here God Yvonne erbij bepaald dat ik een ziekenzalving nodig had. Kea heeft Jaap (de voorganger van onze gemeente) hierom gevraagd. De doktoren waren uitbehandeld en hadden mij al diverse keren opgegeven, zodat zij van mening waren dat mijn leven beëindigd moest worden. Er was geen uitzicht meer volgens hen. Yvonne en Kea met hun Godsvertrouwen zeiden: “Dit gebeurd niet! Jan moet gezalfd worden.” Zij stond erop dat de medicijnen – om mij in slaaptoestand te houden – later toegediend zouden worden, zodat ik wakker zou blijven totdat de zalving had plaatsgevonden. Jaap, Anneke, Siem en Spero zijn gekomen. Spero zei tegen mij: “Jan, ik heb de hele dag voor jou gevast.” Dat heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Ik dacht: “Wie ben ik? Dat hij voor mij heeft gevast!” De Heilige geest maakte Kea Jacobus 5 vers 14 indachtig: “Laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen; laten ze voor hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer.” Hier werd ik gezalfd door het voorgangersechtpaar Engberts en mijn broeders Siem en Spero.

Het verplegend personeel maakte door de geestelijke CD-tjes  zo nu en dan wel eens een opmerking die mij diep raakte. Dit had ik tijdens het gebed in mijn achterhoofd. Spero bad een gebed vol van vuur en ik dacht: Hij moet dimmen! Ik begon in zijn hand te knijpen (tenminste, dat dacht ik) met de bedoeling dat hij mij begreep, dat het wat zachter werd. (Later ontdekte ik samen met Yvon, dat het niet de hand van Spero was, maar die van Siem! Later vertelde ook aan hun alles wat ik in de geest had meegemaakt.)

De volgende dag werd een wonder zichtbaar! Ik zat voor het eerst een kwartier met de beademingsapparatuur in een rolstoel naast mijn bed. De zuurstof die ik tot die tijd – gedurende de hele dag – kreeg toegediend, werd langzaam afgebouwd. Het lopen moest ik weer oefenen onder begeleiding van een fysiotherapeut. Patricia (onze jongste dochter) keek met bewaterende ogen toe. Ik zei tegen haar: “Je houd je mond dicht tegen de anderen, jij hebt de primeur!” Ik demonstreerde enkele pasjes. ’s Avonds kwamen Kea, Theo, Yvonne, en Charlotte. Ik zat in de rolstoel naast het bed. Iedereen had een stoel en Yvonne zat op het bed. Ik zei tegen haar dat ze opzij moest gaan, omdat ik er langs moest. Zij keken vol verbazing. Echt zo van: Wat gebeurt hier?

En zo krabbelde ik langzaam op en het ging steeds beter met mij. De slangen werden langzaam verwijderd, de canule werd vervangen door een spreekklep en ik werd langzaam maar zeker steeds stabieler en mobieler. De dagen regen zich aan een terwijl de vreugde overheerste. De Here God heeft mij een nieuwe kans gegeven. En zo moest ik wachten tot er 2 plaatsen waren in Arnhem voor thuisbeademing. Voor twee personen, want Kea moest mee! (Ik wilde niet alleen). Volgens de doktoren moest ik met de ambulance en Kea moest dan maar op eigen gelegenheid. Het voelde niet prettig en ik dacht dat het een foefje was. Straks moet ik toch alleen! Ik zei “Nee, ze gaat gelijk met mij mee.” En zo gebeurde het! Op 8 juli 2008 was het zo ver en kregen wij een kamer voor 2 personen. Dus Kea was bij mij. Twee weken zijn wij daar in Arnhem geweest. Het eten smaakte Kea goed, het leek wel alsof wij vakantie hadden. De spreekcanule werd vervangen door een zuurstofmasker. Onze kinderen, maar ook Jaap en Anneke, kwamen ons hier bezoeken. En op 15 juni 2008 – net op het moment dat Jaap en Anneke wilde vertrekken – kwam de verpleging met het goede nieuws dat wij de donderdag die week naar huis mochten. Jaap vroeg aan ons: “Hebben jullie vervoer?” Hij is ons donderdag 25 juli 2008 komen ophalen.

In alles heeft de Here God machtig voorzien. Thuis gekomen was de hele boel versierd. Langs deze weg willen wij de kinderen en hun partners en iedereen bedanken voor al hun betrokkenheid in deze periode, voor de gebeden, kaarten, bloemen en dergelijke. Maar ook degenen die mij vereerd hebben met een bezoek. In het bijzonder dank ik mijn lieve vrouw Kea, die door deze omstandigheden enorm geestelijk is gegroeid en vast stond in haar geloof. Wij zijn geborgen in Zijn hand!

Ik wil afsluiten met een lied: “De rivier”, lied 642 uit de Opwekkingsbundel. (http://www.youtube.com/watch?v=KY2FrI5RXSo)

Jan Hogendoorn